Samen werken aan leefbaarheid - Emst en Gortel

Begin dit jaar zijn in de gemeente Epe zeven gebiedsregisseurs gestart. Zij verbinden inwoners, organisaties en overheid aan elkaar om zo samen te werken aan de leefbaarheid in de gemeente Epe. Ze hebben onder andere huiskamergesprekken en bijeenkomsten georganiseerd en wijkwandelingen gehouden om te horen wat er leeft en speelt in hun gebied.  In een serie artikelen vertellen de gebiedsregisseurs, inwoners en organisaties over welke signalen zij opvangen in hun gebied en waar ze mee aan de slag gaan. Deze week: Emst en buurtschap Gortel.

Lianne Houtman is de gebiedsregisseur in Emst en Gortel: “Als sociaal werker van Koppel/Swoe bevind ik me altijd op de werkvloer, maar als regisseur hang ik er als een paraplu boven en dit geeft een andere invalshoek aan mijn werk en is een leuke uitdaging.” Je geeft aan dat verbinding leggen belangrijk voor je is als gebiedsregisseur en heb je hier een voorbeeld van? “Laatst kwam een maatschappelijk werker bij mij met een hulpvraag voor een gezin in Emst dat dringend hulp nodig had. Je zoekt dan al snel het antwoord bij een organisatie, terwijl het antwoord kwam uit de samenleving in Emst. Binnen twee dagen was dit gezin namelijk geholpen met de hulp van de kerk in Emst, terwijl ze geen lid waren van de kerk. Prachtig om te ervaren en hieruit blijkt maar weer dat veel kennis in de samenleving zit en er antwoorden op vragen te vinden zijn. Aan mij de taak om dit alles met elkaar te verbinden. Daarom organiseer ik bijvoorbeeld op 15 november een netwerklunch tussen professionals en vrijwilligers in de zorg, organisaties, inwoners en kerk.” 

Leefbaarheidssignalen

“In Gortel heb ik een gesprek gehad met het buurtschap. De mensen die daar wonen zijn meer op zichzelf en komen vaak van buitenaf. In de praktijk richt ik mij vooral op Emst. Ik voer huiskamergesprekken, ga in gesprek met inwoners tijdens een koffie-uurtje in de Hezebrink, spreek mensen op straat aan of in de supermarkt. Het aanspreken van groepen mensen is het leukst, omdat ze elkaar op ideeën brengen en aanvullen. Wel zou ik nog meer gesprekken willen voeren met mensen die oorspronkelijk niet uit Emst komen en hier ook wonen.” Op de vraag waar de gesprekken over gaan zegt Lianne: “Emst heeft een dorps karakter en een sterk verenigingsleven. Ons kent ons en daar zijn ze trots en zuinig op. In Emst wonen veel ouderen en de vraag die bij hun leeft is: hoe kan ik zo lang mogelijk zelfstandig wonen in Emst, voordat ik moet uitwijken naar Epe of Vaassen. Mensen willen in Emst oud worden.” Maar er wonen ook jongeren toch? “Jazeker, en die spreek ik als jongerenwerker regelmatig. Er zijn niet veel uitgaansgelegenheden voor jongeren in de buurt en ze willen elkaar toch graag ontmoeten. De jongeren willen dolgraag het veld achter de Hezebrink opknappen, zodat ze een ontmoetingsplek hebben. Wat ik erg mooi vind om te zien is dat de jongeren hierbij niet alleen aan zichzelf denken voor dit veldje, maar ook aan ouderen en hun kleinere broertjes en zusjes. De generaties voor en na hun. Ze willen dat ik op woensdagmiddag het dorpshuis open gooi en dan willen ze als vrijwilliger spelletjes organiseren voor de kleinere kinderen. Dat maakt mij trots en stuur ze ook om deze plannen concreet vorm te geven. Want ze schieten alle kanten op met ideeën. De plannen vormgeven doen we met een groep jongeren en twee vaders.”

“Veld opknappen voor iedereen is ons hoofddoel!”

Thimo Steenbergen is één van de jongens die graag ziet dat het veldje wordt opgeknapt en een leuke plek wordt voor de buurt: “Er zitten nu allemaal gaten in het veldje en dan kun je niet voetballen of spelen zonder je enkels te breken. En er ligt ook hondenpoep. We willen graag dat het veld glad wordt gemaakt en hier geen honden meer worden uitgelaten. Wij willen graag twee bankjes om op te zitten en een prullenbak, zodat er geen afval ligt op het veld.” En ik begreep dat jullie ook een pannakooi willen? ”Ja dat klopt, maar eigenlijk meer een hek om het veld heen dat open en op slot kan. Dan doe je het veld bijvoorbeeld open van tien uur ‘s ochtend tot tien uur ‘s avonds. Dan is er daarna niemand meer op het veld en heb je ook geen overlast.” Klinkt logisch en verder? “Wij willen dat het een plek wordt voor jongeren en ouderen. Voor de jeugd is er niet veel, maar voor de ouderen ook niet. We denken bijvoorbeeld aan het aanleggen van een jeu de boulesbaan voor de ouderen.” Ik hoorde dat jullie ook echt de buurt zijn ingegaan: “Ja Julian en Levi hebben bij iedereen aangebeld en als ze niet open deden een kaartje in de bus. Dat we in gesprek met ze willen over het veldje en ook graag horen wat hun willen. De meeste bewoners wilden meedenken en toen hebben we een avond georganiseerd  in de Hezebrink. Wij hebben een presentatie gehouden en verteld wat wij willen. Vervolgens geluisterd naar wat hun willen en gekeken naar wat we allemaal willen. En vanavond gaan we met Lianne, de andere jongens en ouders om tafel zitten om een concreet plan te maken.“ Is er nog iets dat je kwijt wilt? “De groep voor ons heeft het eigenlijk verprutst voor iedereen. Want daardoor moeten wij nu knokken om het vertrouwen van de buurtbewoners terug te winnen. Het hoofddoel is het veld opknappen en is het belangrijkste. Dan kan er weer gespeeld worden. Daar heeft iedereen iets aan. Ook de school bijvoorbeeld. We hebben met de school gepraat en willen ook de kinderen van groep 7 en 8 bij de plannen betrekken. Zij zijn de groep na ons. En als alles rond is organiseren we een grote activiteit voor iedereen. Een buurtbarbeque.” Dus het veldje moet ook brandveilig zijn? “Haha inderdaad. Nee, doen we gewoon met gasflessen. Dan is er geen probleem.”

Pagina opties