Stikstofbesluiten, gevolgen

  • Wat is het?

    Op welke wijze gaat de gemeente Epe om met aanvragen om een vergunning en nieuwe projecten waarbij de stikstofproblematiek een rol speelt? Graag praten we u daarover bij. 

    Wat is er aan de hand?

    • Alle leden van de Europese Unie zijn verplicht om waardevolle natuurgebieden te beschermen. De zogenoemde Natura 2000-gebieden.
    • Te veel stikstofuitstoot in de buurt van deze gebieden vormt een bedreiging voor de kwaliteit van de natuur.
    • Iedereen die in de buurt van een beschermd natuurgebied een activiteit onderneemt waarbij stikstof vrijkomt, moet aantonen dat de uitstoot geen negatieve effecten heeft op deze natuur.
    • Is dit aangetoond? Pas dan kan een project doorgaan of een vergunning worden verleend.

    Wat is stikstof?

    • Ongeveer 80% van onze lucht bestaat uit stikstofgas.
    • Als we het over het stikstofprobleem hebben, dan gaat het vooral over de stikstofverbindingen: ammoniak (bijv: veehouderij) en stikstofdioxide (bijv: industrie en verkeer).
    • De eerste verbinding leidt tot verzuring van de natuur. En dat is schadelijk voor plant en dier.
    • De tweede verbinding tast de luchtwegen aan en leidt tot aantasting van het milieu.
    • Stikstofdepositie is de hoeveelheid stikstofhoudende verbindingen vanuit de atmosfeer naar de bodem via droge (stof) of natte (regen).
  • Hoe werkt het?

    Wat houdt de Programmatische Aanpak Stikstof in (PAS)?

    • Overbelasting met stikstofdepositie vormt al jarenlang een probleem voor natuurgebieden.
    • Het PAS is in het leven geroepen om ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen.
    • Tegelijkertijd moest het ook in maatregelen voorzien die nodig zijn voor het behoud en herstel van natuurgebieden.
    • De PAS​ bevatte een drempelwaarde voor stikstofuitstoot.
    • Onder deze waarde hoefde bij de provincie - die gaan erover - geen vergunning voor de Wet Natuurbescherming aangevraagd te worden.

    Wat heeft de Raad van State besloten?

    • Natuurbeschermingsorganisaties hebben een procedure aangespannen tegen de PAS.
    • Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan en geeft hierin aan dat de PAS vooruit loopt op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden en daarbij 'vooraf' toestemming geeft aan nieuwe activiteiten. "Dat mag niet, want dat is in strijd met Europese natuurwetgeving". 
    • Door de uitspraak van de Raad van State is de drempelwaarde komen te vervallen. Bij alle aanvragen moet nu getoetst worden of een vergunning Wet Natuurbescherming nodig is.

    Wat zijn de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State | wat zijn de gevolgen voor u bij bouwplannen?

    • Het PAS vormde het kader voor toestemmingen voor activiteiten die stikstofdepositie kunnen veroorzaken ter plaatse van Natura 2000-gebieden.
    • Deze stikstofdepositie kan zich voordoen bij ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningaanvragen, zoals de aanleg van infrastructuur (vaar-, spoor-en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven, woningbouw en agrarische activiteiten.
    • Óf er projecten in de knel komen hangt af van de vraag of er een Natuurvergunning nodig is. Als bijvoorbeeld een woningbouwproject significant negatief effecten kan veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura 2000-gebied als gevolg van stikstof of andere effecten is tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming vereist.
    • De provincie Gelderland is het bevoegd gezag ten aanzien van het behandelen van aanvragen natuurvergunning.

    Wat zijn de gevolgen voor vergunningsaanvragen?

    • Door de vernietiging van de PAS is de situatie weer van voor 2015, waarin per project een voortoets* moet worden gemaakt.
    • Als uit deze voortoets blijkt dat aantasting te verwachten is, dan moet de aanvrager een ecologische onderbouwing laten maken in het kader van de Wet natuurbescherming. De provincie beoordeelt deze vergunningsaanvraag.
    • Voor vergunningvrije activiteiten hoeft geen voortoets* te worden aangeleverd.
    • Voor vergunningaanvragen voor ontwikkelingen van beperkte omvang, zoals verbouwingen en uitbreidingen van bestaande gebouwen en bijbehorende bouwwerken die in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan hoeft ook geen voortoets te worden aangeleverd. Als voor dergelijke activiteiten moet worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan, moet per geval worden beoordeeld of een voortoets nodig is.
    • Voor overige vergunningaanvragen voor ontwikkelingen van niet beperkte omvang moet de aanvrager door middel van een voortoets* aantonen dat geen negatieve stikstofimpact te verwachten is.

    Wat zijn de gevolgen voor bestemmingsplannen?

    • Voor wat betreft de nog niet vastgestelde bestemmingsplannen zal opdracht worden gegeven om de natuuronderzoeken te actualiseren (voortoets*).
    • Op basis van deze geactualiseerde onderzoeken wordt een inventarisatie en risico-inschatting gemaakt van de bestemmingsplannen waarvoor stikstof een mogelijke belemmering vormt.
    • De huidige natuurtoetsen die gebruikt zijn in de bestemmingsplannen zijn veelal, voor wat betreft de impact van stikstof op de Natura 2000-gebieden, gebaseerd op de drempelwaarden en de rekentool van de PAS.
    • De geactualiseerde natuuronderzoeken zullen worden beoordeeld op de juridische randvoorwaarden zoals die golden voor inwerkingtreding van de PAS.
    • Als uit het onderzoek blijkt dat negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied niet zijn uit te sluiten, dan is aanvullend onderzoek nodig.
    • Daarnaast zijn er diverse bestemmingsplannen vastgesteld en onherroepelijk geworden. Deze plannen zijn eveneens op de PAS gebaseerd.
    • Hiervoor geldt dat bij de aanvragen om omgevingsvergunning een nadere natuurtoets zal moeten plaatsvinden

    * Voortoets stikstofdepositie (Aerius Calculator)

    • Een voortoets stikstofdepositie is een berekening van de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden. 
    • Het is mogelijk dat een ruimtelijke ontwikkeling wel negatieve effecten heeft voor een bepaald gebied, maar dat de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar komen. In dat geval is er geen sprake van een stikstoftoename met duidelijke negatieve effecten voor een Natura 2000-gebied.
    • Het kan zijn dat voor een ruimtelijke ontwikkeling een voortoets uitgevoerd moet worden. Naast stikstofdepositie wordt dan ook naar andere effecten gekeken. Denk hierbij aan verzuring, verontreiniging, verdroging, geluid, licht en trillingen. Dit is afhankelijk van de plek waar de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt ten opzichte van het Natura 2000-gebied en de reikwijdte van de storende factor.

    Er zijn twee uitkomsten volgend uit de voortoets voor stikstof mogelijk:

    1. duidelijke negatieve effecten kunnen worden uitgesloten of
    2. duidelijke negatieve effecten kunnen niet worden uitgesloten.
    Duidelijke negatieve effecten kunnen worden uitgesloten

    Er kan worden volstaan met een voortoets stikstofdepositie, waarna de gemeente (voor wat betreft het aspect stikstof) het bestemmingsplan kan vaststellen of de omgevingsvergunning kan verlenen.

    Duidelijke negatieve effecten kunnen niet worden uitgesloten

    Er moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd.

    1. Intern salderen. Dit betekent dat u het voorgenomen project zo aanpast, dat de stikstofuitstoot vermindert of gelijk blijft. Hierdoor voorkomt u een toename aan stikstofdepositie.
    2. Is dit niet mogelijk dan moet er een passende beoordeling opgesteld worden. Daarbij moeten maatregelen worden genomen die de schadelijke gevolgen (die rechtstreeks uit het plan voortvloeien) voorkomen of verminderen. Daarnaast kan er gedacht worden aan extern salderen. Door extern salderen blijft de stikstofdepositie (stikstofneerslag) in een bepaald gebied gelijk of neemt af. Door extern salderen wordt de toename van stikstofdepositie in een bepaald gebied door een activiteit weggenomen doordat een andere activiteit wordt gestopt. Het bestemmingsplan mag slechts worden vastgesteld of de natuurvergunning mag pas worden verleend als uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast.
    3. Als op basis van de passende beoordeling wordt geconcludeerd dat duidelijke negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, dan is intern salderen mogelijk. Verder is een ADC-toets (geen Alternatief, Dwingende redenen van groot openbaar belang en Compenserende maatregelen) misschien nog een uitkomst, evenals extern salderen.

Pagina opties